Klik rechts van de stip in de navigatiebalk hierboven muziek aan / uit

 

Miserere

Latino Vulgata Clementina - LVC 1592

1 In finem. Psalmus David, 2 cum venit ad eum Nathan propheta, quando intravit ad Bethsabee.


3 Miserere mei, Deus, secundum magnam misericordiam tuam; et secundum multitudinem miserationum tuarum, dele iniquitatem meam.
4 Amplius lava me ab iniquitate mea, et a peccato meo munda me.
5 Quoniam iniquitatem meam ego cognosco, et peccatum meum contra me est semper.
6 Tibi soli peccavi, et malum coram te feci; ut justificeris in sermonibus tuis, et vincas cum judicaris.

7 Ecce enim in iniquitatibus conceptus sum, et in peccatis concepit me mater mea.
8 Ecce enim veritatem dilexisti; incerta et occulta sapientiæ tuæ manifestasti mihi.
9 Asperges me hyssopo, et mundabor; lavabis me, et super nivem dealbabor.
10 Auditui meo dabis gaudium et lætitiam, et exsultabunt ossa humiliata.
11 Averte faciem tuam a peccatis meis, et omnes iniquitates meas dele.

12 Cor mundum crea in me, Deus, et spiritum rectum innova in visceribus meis.
13 Ne projicias me a facie tua, et spiritum sanctum tuum ne auferas a me.
14 Redde mihi lætitiam salutaris tui, et spiritu principali confirma me.

15 Docebo iniquos vias tuas, et impii ad te convertentur.

16 Libera me de sanguinibus, Deus, Deus salutis meæ, et exsultabit lingua mea justitiam tuam.
17 Domine, labia mea aperies, et os meum annuntiabit laudem tuam.
18 Quoniam si voluisses sacrificium, dedissem utique; holocaustis non delectaberis.
19 Sacrificium Deo spiritus contribulatus; cor contritum et humiliatum, Deus, non despicies.
20 Benigne fac, Domine, in bona voluntate tua Sion, ut ædificentur muri Jerusalem.
21 Tunc acceptabis sacrificium justitiæ, oblationes et holocausta; tunc imponent super altare tuum vitulos.

.

Boetepsalm

Herziene Statenvertaling - HSV 2010

1 Een psalm van David, voor de koorleider; 2 toen de profeet Nathan bij hem was gekomen, nadat hij bij Bathseba was.


3 Wees mij genadig, o God, overeenkomstig Uw goedertierenheid, delg mijn overtreding uit overeenkomstig Uw grote barmhartigheid.
4 Was mij schoon van mijn ongerechtigheid, reinig mij van mijn zonde.
5 Want ík ken mijn overtredingen, mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen.
6 Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, ik heb gedaan wat kwaad is in Uw ogen, zodat U rechtvaardig bent wanneer U rechtspreekt en rein bent wanneer U oordeelt.
7 Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen.
8 Zie, U vindt vreugde in waarheid in het binnenste, in het verborgene maakt U mij wijsheid bekend.
9 Ontzondig mij met hysop, dan zal ik rein zijn, was mij, dan zal ik witter zijn dan sneeuw.
10 Doe mij vreugde en blijdschap horen; laat de beenderen zich verheugen die U verbrijzeld hebt.
11 Verberg Uw aangezicht voor mijn zonden; delg al mijn ongerechtigheden uit.
12 Schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste een standvastige geest.
13 Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht en neem Uw Heilige Geest niet van mij weg.
14 Geef mij de vreugde over Uw heil terug, ondersteun mij met een geest van vrijmoedigheid.
15 Dan zal ik overtreders Uw wegen leren en zondaars zullen zich tot U bekeren.
16 Red mij van bloedschulden, o God, God van mijn heil, dan zal mijn tong vrolijk zingen van Uw gerechtigheid.
17 Heere, open mijn lippen; dan zal mijn mond Uw lof verkondigen.
18 Want U vindt geen vreugde in offers, anders zou ik ze brengen; in brandoffers schept U geen behagen.
19 De offers voor God zijn een gebroken geest; een verbrijzeld en verslagen hart zult U, o God, niet verachten.
20 Doe goed aan Sion, naar Uw welbehagen;
bouw de muren van Jeruzalem op.
21 Dan zult U vreugde vinden in offers van gerechtigheid, in een brandoffer en een offer dat geheel verteerd wordt; dan zal men jonge stieren offeren op Uw altaar.