Liebster Gott, wenn werd ich sterben (BWV 8)


1. KOOR
Liebster Gott, wenn werd ich sterben?
Meine Zeit läuft immer hin,
Und des alten Adams Erben,
Unter denen ich auch bin,
Haben dies zum Vaterteil,
Daß sie eine kleine Weil
Arm und elend sein auf Erden
Und denn selber Erde werden.

2.  ARIA (T)
Was willst du dich, mein Geist, entsetzen,
Wenn meine letzte Stunde schlägt?
Mein Leib neigt täglich sich zur Erden,
Und da muß seine Ruhstatt werden,
Wohin man so viel tausend trägt.

3.  RECITATIEF (A)
Zwar fühlt mein schwaches Herz
Furcht, Sorge, Schmerz:
Wo wird mein Leib die Ruhe finden?
Wer wird die Seele doch
Vom aufgelegten Sündenjoch
Befreien und entbinden?
Das Meine wird zerstreut,
Und wohin werden meine Lieben
In ihrer Traurigkeit Zertrennt, vertrieben?

4. ARIA (B)
Doch weichet, ihr tollen, vergeblichen Sorgen!
Mich rufet mein Jesus, wer sollte nicht gehn?
    Nichts, was mir gefällt,
    Besitzet die Welt.
    Erscheine mir, seliger, fröhlicher Morgen,
    Verkläret und herrlich vor Jesu zu stehn.

5.  RECITATIEF (S)
Behalte nur, o Welt, das Meine!
Du nimmst ja selbst mein Fleisch und mein Gebeine,
So nimm auch meine Armut hin;
Genug, daß mir aus Gottes Überfluß
Das höchste Gut noch werden muß,
Genug, daß ich dort reich und selig bin.
Was aber ist von mir zu erben,
Als meines Gottes Vatertreu?
Die wird ja alle Morgen neu
Und kann nicht sterben.

6. KORAAL
Herrscher über Tod und Leben,
Mach einmal mein Ende gut,
Lehre mich den Geist aufgeben
Mit recht wohlgefaßtem Mut.
Hilf, daß ich ein ehrlich Grab
Neben frommen Christen hab
Und auch endlich in der Erde
Nimmermehr zuschanden werde!

.



Lieve God, wanneer zal ik sterven?
Mijn tijd verstrijkt,
en de erfgenamen van de oude Adam,
waartoe ook ik behoor,
hebben dit als erfdeel
dat zij korte tijd
arm en ellendig zijn op aarde
en dan zelf aarde worden.



Waarom zou je schrikken, mijn geest,
als mijn laatste uur slaat?
Mijn lichaam neigt dagelijks naar de aarde
en daar zal zijn rustplaats zijn,
waar men zo vele duizenden heenbrengt.


Toch voelt mijn wankele hart
angst, zorg en pijn:
Waar zal mijn lichaam rust vinden?
Wie zal de ziel
van het opgelegde juk der zonde
bevrijden en losmaken?
Wat van mij is, wordt verstrooid,
en waarheen worden wie mij dierbaar zijn,
in hun droefheid gescheiden, verdreven?


Maar verdwijn, jullie dwaze, nutteloze zorgen!
Mij roept mijn Jezus: wie zou niet gaan?
Niets wat mij voldoening geeft biedt de wereld.
Vertoon u aan mij, zalige, vrolijke morgen,
waarop ik met glans omstraald
en luisterrijk voor Jezus sta.


Houd maar, o wereld, wat van mij is!
Je neemt immers zelfs mijn vlees en mijn gebeente,
neem dan ook mijn armoede maar!
Het is genoeg, dat mij uit Gods overvloed
het hoogste goed nog te wachten staat;
het is genoeg, dat ik daar rijk en zalig ben.
Want wat valt er van mij te erven
dan de vaderlijke trouw van mijn God?
Die hernieuwt zich elke morgen
en kan niet sterven.


Heerser over dood en leven,
Maak eens mijn einde goed,
leer mij de geest geven
met rustige en kalme moed.
Zorg dat ik een eervol graf
naast vrome christenen heb
en dat ik uiteindelijk ook in de aarde
nooit word vernietigd!