Jesu, nun sei gepreiset (BWV 41)


1. KOOR
Jesu, nun sei gepreiset
zu diesem neuen Jahr
für dein Güt, uns beweiset
in aller Not und Gefahr,
daß wir haben erlebet
die neu fröhliche Zeit,
die voller Gnaden schwebet
und ewger Seligkeit;
daß wir in guter Stille
das alt Jahr hab’n erfüllet.
Wir wollen uns dir ergeben
itzund und immerdar,
behüt Leib, Seel und Leben
hinfort durchs ganze Jahr!


2. ARIA (S)
Laß uns, o höchster Gott, das Jahr vollbringen,
damit das Ende so wie dessen Anfang sei.
Es stehe deine Hand uns bei,
daß künftig bei des Jahres Schluß
wir bei des Segens Überfluß
wie itzt ein Halleluja singen.


3. RECITATIEF (A)
Ach! deine Hand, dein Segen muß allein
das A und O, der Anfang und das Ende sein.
Das Leben trägest du in deiner Hand,
und unsre Tage sind bei dir geschrieben;
dein Auge steht auf Stadt und Land;
du zählest unser Wohl und kennest unser Leiden,
ach! gib von beiden,
was deine Weisheit will,
worzu dich dein Erbarmen angetrieben.


4. ARIA (T)
Woferne du den edlen Frieden
vor unsern Leib und Stand beschieden,
so laß der Seele doch
dein selig machend Wort.
Wenn uns dies Heil begegnet,
so sind wir hier gesegnet
und Auserwählte dort!


5. RECITATIEF / KOOR (B)
Doch weil der Feind bei Tag und Nacht
zu unserm Schaden wacht
und unsre Ruhe will verstören,
so wollest du, o Herre Gott, erhören,
wenn wir in heiliger Gemeine beten:
Den Satan unter unsre Füße treten.
So bleiben wir zu deinem Ruhm
dein auserwähltes Eigentum
und können auch nach Kreuz und Leiden
zur Herrlichkeit von hinnen scheiden.


6. KORAAL
Dein ist allein die Ehre,
dein ist allein der Ruhm;
Geduld im Kreuz uns lehre,
regier all unser Tun,
bis wir fröhlich abscheiden
ins ewig Himmelreich,
zu wahrem Fried und Freude,
den Heilgen Gottes gleich.
Indes machs mit uns allen
nach deinem Wohlgefallen:
solchs singet heut ohn Scherzen
die christgläubige Schar
und wünscht mit Mund und Herzen
ein seligs neues Jahr.

.



Jezus, wij willen u prijzen
bij dit nieuwe jaar
voor de goedheid die u ons hebt bewezen
in alle nood en gevaar,
dat wij de nieuwe vrolijke tijd
hebben beleefd,
die overstroomt van genade
en eeuwige zaligheid;
dat wij in goede stilte
het oude jaar hebben vervuld.
Wij willen ons aan u wijden,
nu en voor eeuwig,
behoed ons lichaam en ons leven
het hele komende jaar!



Laat ons, o hoogste God, het jaar zo volbrengen,
dat het einde net zo is als het begin.
Laat uw hand ons bijstaan,
zodat wij straks aan het eind van het jaar
bij een overvloed aan zegen
net zoals nu een Halleluja kunnen zingen.



Ach, alleen uw hand, uw zegen moet
de alfa en omega, het begin en het einde zijn.
U draagt het leven in uw hand,
en onze dagen zijn bij u opgeschreven;
uw ogen zijn gevestigd op stad en land;
u telt ons welzijn en kent ons lijden,
ach, geef van beide dingen
dat wat uw wijsheid wil,
dat waartoe uw ontferming u aanzet.



Mocht u ons lichaam en onze toestand
de edele vrede hebben beschoren,
laat dan toch uw zaligmakend woord
bij onze ziel blijven.
Wanneer dat heil ons toevalt,
zijn wij hier gezegend
en daarginds uitverkorenen.



Maar omdat de vijand dag en nacht
waakt, tot schade van ons,
en onze rust wil verstoren,
vragen wij u, Heer God, ons te verhoren
als wij u in onze heilige gemeente bidden
de satan onder onze voeten te vertrappen.
Dan blijven wij tot uw eer
uw uitverkoren bezit
en kunnen wij ook na kruis en lijden
dit leven verlaten en de heerlijkheid binnengaan.



Alleen van u is de eer,
alleen van u is de roem;
leer ons geduld in het lijden,
regeer alles wat wij doen
totdat wij vrolijk vertrekken
naar het eeuwige hemelrijk,
naar de ware vrede en vreugde
als heiligen van God.
Maar doe met ons allen
naar het u goeddunkt:
dat zingt nu zonder spot
de schare die in Christus gelooft
en zij wenst met mond en hart
een zalig nieuwjaar.