Bisher habt ihr nichts gebeten in meinem Namen
(BWV 87)


1. ARIOSO (B)
Bisher habt ihr nichts gebeten in meinem Namen.

 

2. RECITATIEF (A)
O Wort, das Geist und Seel erschreckt,
Ihr Menschen,
merkt den Zuruf, was dahinter steckt!
Ihr habt Gesetz und Evangelium
vorsätzlich übertreten,
Und diesfalls möcht' ihr ungesäumt
in Buß und Andacht beten.

 

3. ARIA (A)
Vergib, o Vater, unsre Schuld,
Und habe noch mit uns Geduld,
Wenn wir in Andacht beten
Und sagen: Herr, auf dein Geheiß,
Ach, rede nicht mehr sprüchwortsweis,
Hilf uns vielmehr vertreten!

 

4. RECITATIEF (T)
Wenn unsre Schuld
bis an den Himmel steigt,
Du siehst und kennest ja mein Herz,
das nichts vor dir verschweigt;
Drum suche mich zu trösten.

 

5. ARIOSO (B)
In der Welt habt ihr Angst;
aber seid getrost,
ich habe die Welt überwunden.

 

6. ARIA (T)
Ich will leiden, ich will schweigen,
Jesus wird mir Hülf erzeigen,
Denn er tröst' mich nach dem Schmerz.
Weicht, ihr Sorgen, Trauer, Klagen,
Denn warum sollt ich verzagen?
Fasse dich betrübtes Herz!

 

7. KORAAL
Muß ich sein betrübet?
So mich Jesus liebet,
Ist mir aller Schmerz
Über Honig süße,
Tausend Zuckerküsse
Drücket er ans Herz.
Wenn die Pein sich stellet ein,
Seine Liebe macht zur Freuden
Auch das bittre Leiden.

.




'Tot nu toe hebt u niets gebeden in mijn naam.'

 

 

O woord dat geest en ziel doet schrikken!
O mensen,
luister naar die kreet, naar wat daarachter zit!
U hebt de wet en het evangelie
opzettelijk overtreden,
en daarom moet u onverwijld
boetvaardig en vroom bidden.

 

 

Vergeef ons onze schuld, o Vader,
en heb nog geduld met ons
als wij vroom bidden
en zeggen: Heer, op uw bevel,
ach, spreek niet meer in spreekwoorden,
maar help ons en kom voor ons op!

 

 

Als onze schuld
tot aan de hemel stijgt,
u ziet en kent immers mijn hart,
dat niets voor u verzwijgt,
probeer mij dus te troosten!

 

 

'In de wereld bent u bevreesd;
maar wees getroost,
ik heb de wereld overwonnen.'

 

 

Ik wil lijden, ik wil zwijgen,
Jezus zal mij hulp bieden,
want hij troost mij na de smart.
Verdwijn, zorgen, verdriet en geklaag,
want waarom zou ik de moed verliezen?
Kom tot bedaren, bedroefd hart!

 

 

Moet ik bedroefd zijn?
Als Jezus mij liefheeft
is alle smart voor mij
zoeter dan honing,
duizend suikerkussen
drukt hij op mijn hart.
Als de pijn komt,
verandert zijn liefde
ook bitter leed in vreugde.