In allen meinen Taten (BWV 97)


1. Koor
Oboe I/II, Fagotti, Violino I/II, Viola, Continuo
In allen meinen Taten
Laß ich den Höchsten raten,
Der alles kann und hat;
Er muss zu allen Dingen,
Solls anders wohl gelingen,
Selbst geben Rat und Tat.

 

2. Aria B
Continuo
Nichts ist es spät und frühe
Um alle sein Mühe,
Mein Sorgen ist umsonst.
Er mags mit meinen Sachen
Nach seinem Willen machen,
Ich stells in seine Gunst.

 

3. Recitatief T
Continuo
Es kann mir nichts geschehen,
Als was er hat ersehen,
Und was mir selig ist:
Ich nehm es, wie ers gibet;
Was ihm von mir beliebet,
Das hab ich auch erkiest.

 

4. Aria T
Violino solo, Continuo
Ich traue seiner Gnaden,
Die mich vor allem Schaden,
Vor allem Übel schützt.
Leb ich nach seinen Gesetzen,
So wird mich nichts verletzen,
Nichts fehlen, was mir nützt.

 


Violino I/II, Viola, Continuo
Er wolle meiner Sünden
In Gnaden mich entbinden,
Durchstreichen meine Schuld!
Er wird auf mein Verbrechen
Nicht stracks das Urteil sprechen
Und haben noch Geduld.

 

6. Aria A
Violino I/II, Viola, Continuo
Leg ich mich späte nieder,
Erwache frühe wieder,
Lieg und ziehe fort,
In Schwachheit und in Banden,
Und was mir stößt zuhanden,
So tröstet mich sein Wort.

 

7. Aria (Duet) S B
Continuo
Hat er es denn beschlossen,
So will ich unverdrossen
An mein Verhängnis gehn!
Kein Unfall unter allen
Wird mir zu harte fallen,
Ich will ihn überstehn.

 

8. Aria S
Oboe I/II, Continuo
Ich hab mich ihm ergeben
Zu sterben und zu leben,
Sobald er mir gebeut.
Es sei heut oder morgen,
Dafür lass ich ihn sorgen;
Er weiß die rechte Zeit.

 

9. Koraal
Oboe I/II col Soprano, Violino I/II, Viola, Continuo
So sei nun, Seele, deine
Und traue dem alleine,
Der dich erschaffen hat;
Es gehe, wie es gehe,
Dein Vater in der Höhe
Weiß allen Sachen Rat.

.




Ik laat in al mijn daden
Mij door de Hoogste raden.
Hij is mijn hulp en toeverlaat.
Hij moet bij alle dingen,
Want anders zal ’t niet lukken,
Zelf geven raad en daad

 

 

 

Niets zal mij angstig maken
In slapen en in waken,
Ik hoef niet bang te zijn;
Ik laat mij in mijn leven,
Slechts door Zijn wil geleiden;
Ik leg het in Zijn hand.

 

 

 

Slechts dat kan mij gebeuren,
Wat God, mijn Heer, voorzag,
En wat mij goed zal doen;
Ik neem het, zoals Hij het geeft,
Wat Hij van mij zal vragen,
Daarop leg ik mij toe.

 

 

 

Ik vertrouw op Zijn genade,
Die voor wat mij zal schaden
En onheil brengt bewaart;
Als ik leef naar Zijn wetten,
Zal mij niets overkomen,
Ontbreken zal ‘t me aan niets

 

 

 

Hij wil mij van mijn zonden
Door Zijn gena bevrijden,
Teniet doen al mijn schuld,
Voor al mijn euveldaden,
Hoef ik de Rechter niet te vrezen;
Hij heeft met mij geduld.

 

 

 

Als ik mij leg ter ruste
Weer opsta in de morgen
En steeds maar verder leef
In zwakheid en in boeien
En wat mij verder overkomt,
Dan troost mij steeds Zijn woord.

 

 

 

Al wat hij heeft besloten,
Dat wil ik zonder dralen
Aanvaarden als mijn levenslot.
Geen ongeluk zal mij schaden,
Niets zal mij kunnen deren;
Alles kan ik doorstaan.

 

 

 

Ik heb mij Hem gegeven
Tot sterven en tot leven,
Zodra hij mij beveelt.
Al is het nu of morgen,
Daarvoor laat ik Hem zorgen,
Hij kent het juist’ moment.

 

 

 

Mijn ziel, wil rust nu vinden,
Wil Hem alleen vertrouwen,
Die u geschapen heeft;
Het gaat zoals het gaan zal,
Uw Vader in de hoge,
Die weet op alle dingen raad.