Du Hirte Israel, höre (BWV 104)


1. KOOR
Du Hirte Israel, höre,
der du Joseph hütest wie der Schafe, erscheine,
der du sitzest über Cherubim.

 

2. RECITATIEF (T)
Der höchste Hirte sorgt vor mich,
Was nützen meine Sorgen?
Es wird ja alle Morgen
Des Hirtens Güte neu.
Mein Herz, so fasse dich,
Gott ist getreu.

 

3. ARIA (T)
Verbirgt mein Hirte sich zu lange,
Macht mir die Wüste allzu bange,
Mein schwacher Schritt eilt dennoch fort.
Mein Mund schreit nach dir,
Und du, mein Hirte, wirkst in mir
Ein gläubig Abba durch dein Wort.

 

4. RECITATIEF (B)
Ja, dieses Wort ist meiner Seelen Speise,
Ein Labsal meiner Brust,
Die Weide, die ich meine Lust,
Des Himmels Vorschmack,
ja, mein alles heiße.
Ach! sammle nur, o guter Hirte,
Uns Arme und Verirrte;
Ach laß den Weg nur bald geendet sein
Und führe uns in deinen Schafstall ein!

 

5. ARIA (B)
Beglückte Herde, Jesu Schafe,
Die Welt ist euch ein Himmelreich.
Hier schmeckt ihr Jesu Güte schon
Und hoffet noch des Glaubens Lohn
Nach einem sanften Todesschlafe.

 

6. KORAAL
Der Herr ist mein getreuer Hirt,
dem ich mich ganz vertraue,
Zur Weid er mich, sein Schäflein, führt,
Auf schöner grünen Aue,
Zum frischen Wasser leit' er mich,
Mein Seel zu laben kräftiglich
Durchs selig Wort der Gnaden.

.



Herder van Israël, luister,
u die Jozef hoedde als schapen, verschijn,
u die troont boven de cherubs.

 

 

De hoogste herder zorgt voor mij,
wat baten mij mijn zorgen?
Elke morgen vernieuwt zich immers
de goedheid van de herder.
Dus bedaar, mijn hart,
God is getrouw.

 

 

Als mijn herder zich te lang verbergt,
als de woestijn mij al te bang maakt,
haasten mijn zwakke schreden zich toch voort.
Mijn mond roept om u,
en u, mijn herder, bewerkt in mij
een gelovig Abba door uw woord.

 

 

Ja, dit woord is voedsel voor mijn ziel,
een verkwikking voor mijn hart,
de weide die ik mijn vreugde,
de voorsmaak van de hemel,
ja, mijn alles noem.
Ach, goede herder, verzamel toch
ons armen en verdoolden;
ach, laat de tocht nu snel afgelopen zijn
en breng ons in uw schaapskooi!

 

 

Gelukkige kudde, schapen van Jezus,
de wereld is voor jullie een hemelrijk.
Hier genieten jullie Jezus' goedheid al
en ook mogen jullie hopen op het loon voor het geloof
na een zachte doodsslaap.

 

 

De Heer is mijn trouwe herder,
aan wie ik mij geheel toevertrouw.
Hij leidt mij, zijn schaapje,
naar mooie groene grazige weiden,
naar fris water brengt hij mij,
om mijn ziel krachtig te laven
met het zalige genadewoord.