Vijf motetten op. 37

5. A Song

Tekst: Richard Crashaw

Lord, when the sense of thy sweet grace
Sends up my soul to seek thy face,
Thy blessed eyes breed such desire,
I dy in love’s delicious Fire.
O love, I am thy sacrifice.
Be still triumphant, blessed eyes.
Still shine on me, fair suns! that I
Still may behold, though still I dy.

 

Though still I dy, I live again;
Still longing so to be still slain,
So gainfull is such losse of breath.
I dy even in desire of death.
Still live in me this loving strife
Of living Death and dying Life.
For while thou sweetly slayest me
Dead to my selfe, I live in Thee.

.

Een lied

.

Heer, wanneer de gewaarwording van uw zoete genade
Mijn ziel omhoog stuurt om Uw aangezicht te zoeken,
Brengen Uw gezegende ogen zoveel verlangen voort,
Dat ik sterf in het heerlijke vuur van liefde.
O liefde, ik ben uw offer.
Blijf steeds triomfantelijk, gezegende ogen.
Blijf steeds op mij schijnen, heerlijke zonnen! zodat ik
Steeds kan blijven zien, schoon ik stervende ben.

 

Schoon ik stervende ben, leef ik weer;
Steeds in het verlangen toch te worden gedood,
Zo vruchtbaar is de kwijnende adem.
Ik sterf zelfs in verlangen naar de dood.
Er leeft nog steeds in mij die liefdevolle strijd
Van de levende Dood en het stervende Leven.
Want terwijl gij liefdevol de dood
Aan mij brengt, leef ik in U.