Klik rechts van de stip in de navigatiebalk hierboven     muziek aan / uit
Ga naar de homepagina voor de voorwaarden van tekstgebruik.

De Lamentatione Jeremiae prophetæ

Incipit Lamentatio Jeremiae Prophetae

(Klaagliederen 1:1-2; Hosea 14:1)

I

1:1. ALEPH.
Quomodo sedit sola
civitas plena populo.
Facta est quasi vidua
domina gentium.
Princeps provinciarum
facta est sub tributo.


Uit de Klaagliederen van de profeet Jeremia

Hier beginnen de klaagliederen van de profeet Jeremia

naar: Nieuwe Bijbelvertaling, Willibrordbijbel

I

1:1. ALEPH.
Ach, hoe eenzaam zit zij neer,
de eens zo levendige stad.
Een weduwe is ze geworden,
zij die groot was onder de volken.
De vorstin van de gewesten
is tot slavernij vervallen.

1:2. BETH.
Plorans ploravit in nocte
et lacrimae eius in maxillis eius.
non est qui consoletur eam
ex omnibus caris eius
omnes amici eius spreverunt eam
et facti sunt ei inimici

Jerusalem, Jerusalem,
convertere ad Dominum Deum tuum. 1

1:2. BETH.
Heel de nacht weent zij,
haar wangen zijn nat van tranen.
Er is niemand die haar troost,
niemand van haar vele minnaars;
geen vriend bleef haar trouw,
allen zijn haar vijandig gezind.

Jeruzalem, Jeruzalem,
keer terug tot de Heer uw God



1. Toegevoegd door Tallis