Klik rechts van de stip in de navigatiebalk hierboven muziek aan / uit

A Sea Symphony

I. A Song for all Seas, all Ships

Tekst: Walt Whitman

Book XIII: Song of the Exposition

[from verse 8]

Behold, the sea itself,
And on its limitless, heaving breast, the ships;
See, where their white sails, bellying in the wind, speckle the green and blue,
See, the steamers coming and going, steaming in or out of port,
See, dusky and undulating, the long pennants of smoke.

Book XIX: Sea-Drift: Song for All Seas, All Ships
Today a rude brief recitative,
Of ships sailing the seas, each with its special flag or ship-signal,
Of unnamed heroes in the ships -- of waves spreading and spreading far as the eye can reach,
Of dashing spray, and the winds piping and blowing,
And out of these a chant for the sailors of all nations,
Fitful, like a surge.

Of sea-captains young or old, and the mates, and of all intrepid sailors,
Of the few, very choice, taciturn, whom fate can never surprise
                                        nor death dismay.
Pick'd sparingly without noise by thee old ocean, chosen by thee,
Thou sea that pickest and cullest the race in time, and unitest nations,
Suckled by thee, old husky nurse, embodying thee,
Indomitable, untamed as thee.

Flaunt out O sea your separate flags of nations!
Flaunt out visible as ever the various ship-signals!
But do you reserve especially for yourself and for the soul of man one flag above all the rest,
A spiritual woven signal for all nations, emblem of man elate above death,
Token of all brave captains and all intrepid sailors and mates,
And all that went down doing their duty,
Reminiscent of them, twined from all intrepid captains young or old,
A pennant universal, subtly waving all time, o'er all brave sailors,
All seas, all ships.

.

I. Een lied voor alle zeeën, alle schepen

.

Boek XIII: Lied van de beschrijving

[uit vers 8]

Zie, dit is de de zee,
en op zijn grenzeloze, deinende borst, de schepen;
zie, waar hun witte zeilen, bollend in de wind, het groen en blauw spikkelen,
zie, het komen en gaan van stoomschepen, de haven in of uit dampend,
zie, de donkere en kronkelende, lange rookpluimen.

Boek XIX: Zeegang: lied voor alle zeeën, alle schepen
Nu een onbewerkt kort recitatief,
van schepen op zee, elk met zijn speciale wimpel of seinvlag,
van anonieme helden aan boord – van golven rekkend en strekkend zover het oog reikt,
van onstuimig schuim, en fluitende en gierende winden,
en daaruit opstijgend een lied voor zeelieden van alle nationaliteiten,
grillig, als een golf.

Van zeekapiteins, jong en oud, en de stuurlui, en van alle onverschrokken matrozen,
van de zeer selecte, zwijgzame minoriteit,  die het lot nooit zal verrassen,
                                         noch de dood benauwen.
Zonder willekeur spaarzaam geselecteerd door u, oude oceaan, door u gekozen,
gij zee die ten langen leste de soorten selecteert en schift, en naties samenbrengt,
door u gezoogd, potige bejaarde min, u belichamend,
onbedwingbaar, ongetemd als u.

De volledige tekst kunt u per email opvragen.
Klik hier voor de voorwaarden.