La bell’si nous étions dedans stu hautbois
On s’y mangerions fort bien des noix
On s’y mangerions à notre loisi
nique nac no muse
Belle vous m’avez t’emberlifi,
t’emberlificoté par votre biauté.
La bell’si nous étions dedans stu vivier
On s’y mettrions des p’tits canards nager
On s’y mettrions à notre loisi nique nac no muse (etc.)
La bell’si nous étions dedans stu fourneau
On s’y mangerions des p’tits pâtés tout chauds
On s’y mangerions à notre loisi (etc.)
La bell’si nous etions dedans stu jardin
On s’y chanterions soir et matin.
On s’y chanterions à notre loisi (etc.)
Meisje, als we in het bos waren
konden we naar hartelust noten eten.
We konden eten zoveel we wilden.
Meisje, je hebt me in de w...
in de war gebracht
met je schoonheid.
Meisje, als we bij de vijver waren
konden we eendjes erin laten zwemmen.
We konden ze laten zwemmen zoveel we wilden.
Meisje als we bij de oven waren
konden we hete gebakjes eten.
We konden eten zoveel we wilden.
Meisje, als we in de tuin waren
konden we dag en nacht zingen.
We konden zingen zoveel we wilden.